
Faaker See 2002 geschreven in 2002
Op mijn nieuwe Road-King met een groep naar Oostenrijk. Het meest benieuwd ben ik naar de rijeigenschappen van de King. Woensdagmorgen om 5 uur vertrekken we en 1065 kilometer verder stap ik fris van mijn King. Dit is mij nog niet eerder gebeurd, de motor geeft geen problemen, er valt niets af, ben ik zo fris als een hoentje en lijk ik niet op Robocop zoals bij mijn Eyecatcher het geval was.
Het besluit om een hotelletje te nemen bij Kufstein in de buurt en niet in een keer te rijden, zal wel aan de leeftijd liggen maar na het eten lekker aan een biertje, bevalt me best. ’s Morgens bijtijds eruit, ontbijten, brommers uit de garage en via Sell am See naar de Gross Glockner. Niet vooringeschreven dus +/_ 30 gulden betalen en de 18% hellingen op. Wat kan het op die hellingen regenen en sneeuwen. We zien echt niets, ook niet de Gross Clockner. In het restaurant waar een choppergeit voor de deur staat drinken we koffie. De meiden uit de groep verrassen mij en de andere aanwezigen op een halve striptease zoals mij in Nederland toegezegd, maar ik was het vergeten. Een groep wielrenners staat luid te applaudisseren. Ze vinden net als ik de heuvels van de meiden mooier als de Gross Glockner.
Even een foto met z’n allen in 4 meter sneeuw en afdalen maar.We maken een tussenstop in hotel Alpenhof in Obervellach waar een week later de Rally van start gaat. We kennen de eigenaar nog van de wintersport. Zie hierover elders in dit blad. Als we na een mooie rit aankomen in Faaker-See, hebben we moeite om te weten te komen waar je kan kamperen omdat de HOG ditmaal vindt dat je zelf maar een camping moet zoeken. Na voor de tweede keer om het meer te hebben gereden vinden we een camping.
We besluiten na het opzetten van de tent de boel te verkennen. Het blijkt dat er veel campings zijn en dat alle motorrijders tussen “gewone”campinggasten staan op campings die soms 5 kilometer uit elkaar liggen. Contact met anderen is daardoor erg moeilijk. Geef mij maar een camping met alle motorrijders bij elkaar.
Het HOG gebeuren is ook op een apart terrein wat voorkomt dat je er even naar toe loopt, maar je houdt wel je geld in je zak. Ze hebben op het terrein uitverkoop. Een Harley-regenjas kost 100 mark. Ik heb deze jas net gekocht voor 525 gulden. Harley overhemden voor 25 gulden. Het verhoogt niet het vertrouwen in het Harley product en de dealers in den lande zullen hier ook niet blij mee zijn. Trouwens alles is ergens anders. Het service terrein is zelfs 8 kilometer verder. Erg makkelijk als je motor voor je tent niet starten wil. We kopen de beroemde HOG tas met daarin een schitterend T-shirt en de meest lelijke pin ooit gemaakt. Hij ligt dan ook in de kast en zit niet op mijn vestje. Ik weet best dat de Olympische winterspelen door een tekort aan bergen niet in Friesland zal worden gehouden maar om dan reclame te gaan lopen voor een plaats in Oostenrijk ergens in 2006 gaat me te ver.
De plaatsjes om het meer hebben alles gedaan om het de motorrijders naar hun zin te maken en er ontstaan Sturgis-achtige taferelen waar duizenden mensen biertjes drinken en genieten van een ononderbroken stroom motorrijders waar de shuttlebus steeds in vast loopt. Er is zelfs een motorrijder die een vuilcontainer achterop een shuttlebus weet te haken en vriendelijk zwaaiend met een biertje zich rond het meer laat rijden. Door dit alles is dit het meest hectische treffen ooit meegemaakt, prima!!!!!
Bij onze camping voor de deur is haast geen verkeer meer mogelijk door de burn-outs en show your tits. De aanwezige politie vraagt op het laatst vriendelijk en constant glimlachend iedereen met een machinegeweer onder de kin om ruimte te maken. Het wapen ziet er goed onderhouden uit dus we doen maar een stapje terug.
Op vrijdag maken we een rit door Oostenrijk, Slovenië en Italië. Eenmaal een flink stuk in Slovenie besluiten we koffie te drinken en draaien een parkeerplaats bij een koffiehuis op waar de 1967 Lada-coupé 1,3 SR van de eigenaar in de hoek staat. Deze man weet niet wat hij ziet als 15 glimmende Harley’s parkeren en de berijders gelijk toegeven aan hun afwijking en op hun mobiele telefoon kijken of ze dekking hebben. De koffie is prima en kost 50 cent.
Ik zit een beetje in mijn rats omdat mijn paspoort verlopen is en ik buiten de EEG ben. Mijn maten zeggen dat ik me geen zorgen hoef te maken omdat, als ik niet terug kan, zij wel voor Wil zullen zorgen. Dat zijn nog eens maten. Bij de grens geen problemen we gaan via een smal weggetje met een stijgingspercentage waar de Gross Glockner jaloers op zou zijn naar een restaurant bij een groot meer waar we eten. De vrouwelijke ober uit de Italiaanse superklasse blijkt vloeiend Amsterdams te praten en het wordt erg gezellig. Eenmaal terug in Faaker See zijn er heel wat tentjes bij gekomen.
’s Avonds besluiten we naar een feestterrein te gaan tegenover onze camping waar een katapult staat waar je tussen 4 elastiekjes van 10 cm dik omhoog wordt geschoten in een bal. Ik hoor echte bikers om hun moeder schreeuwen. We gaan daar een tent binnen waar tabeldancing is. Nu ontdek ik het voordeel dat de HOG z’n eigen terreintje heeft en voor de rest anderen dingen organiseren die je normaal op een HOG treffen niet tegenkomt. Er is een podium waar dames staan te dansen en bij een seintje komen ze dat op je tafel doen. Na het overhandigen van 100 mark en een picolootje krijgen deze dames het zo warm dat ze alle kleren uit doen en voor je neus allerlei dingen laten zien die je normaal alleen bij moeder thuis ziet. De natuur kan mooi zijn. Gelukkig is er bier genoeg want ik krijg het er erg warm van en het is al 30 graden buiten. Voor 500 mark gaan de meiden mee om te kijken of je je luchtbed goed hebt opgepompt.
De volgende dag de Ride-Out. De bedoeling is een sliert motorfietsen bij elkaar te krijgen van 75 kilometer. Later hoor ik dat het 54 kilometer is geworden. De rit zelf is 75 kilometer lang, heel erg mooi en snikheet. De helm hoeft niet op. Het is echt een feest tienduizenden mensen staan 4 uur lang zwaaiend, met de duimen omhoog met of zonder spandoek langs de route met een glimlach op hun gezicht waar een Milka-koe jaloers op zou zijn. Als ik afstap om mijn flesje water te vullen applaudisseren de mensen en als ik terug kom en opstap juichen ze zelfs. Ik ben niet verlegen maar ik weet niet waar ik kijken moet.
Onderweg staat een vrouw met een doorkijkbloes waaronder een paar borsten van gigantisch formaat. Ze gaan alleen al heel erg de kant van haar voeten op. Ik kan het niet nalaten om even te stoppen en ze van dichtbij te bekijken. De vrouw denkt dat ik het echt mooi vind en wordt zo enthousiast dat zij begint te dansen van plezier zodat ze haast mijn maten en mijzelf met die giganten van de brommers mept. Het is de mooiste Ride-Out die ik ooit gereden heb.
In de avond staat een concert op het programma waar ik maanden naar uitgekeken heb. Want ik geef het toe ik ben blijven hangen in de sixties en als je dan hoort dat Ten Years After optreedt krijg je last van je Woodstock-syndroom. Ik was daar niet, ik ben niet verder gekomen dan het Kralingsebos. Bij de eerste tonen van Going Home staat het kippenvel duimendik op mijn lijf. Er staan daar 4 mannen met een gezamenlijke leeftijd van meer dan 200 jaar perfecte muziek te maken. Daarna komt Bon Jovi met een gezamenlijke leeftijd van 100 jaar, voor mij is dit Going Home.
Na Ten Years After gaan Peter (die ik nog ken van de organisatie van de Chapter Challenge Hoeven) en ik stappen. In de straten rond het meer is het nog steeds Sturgis effect en rijden we twintig keer om het meer tussen duizenden mensen door. Ik ben al op heel wat treffens geweest maar dit heb ik nog nooit meegemaakt.
We besluiten een biertje te drinken op een terras. Op het terras zitten twee blonde Oostenrijkse dames die met ons in gesprek raken over Harley Davidson. Het eindigt dan ook met een rondje rijden met die meiden achterop. Naderhand blijkt dat ze meer willen als praten. Het streelt onze ego maar wij zijn twee verstandige oude mannen en besluiten terug te gaan naar het straatje voor de camping, waar nog steeds agenten proberen 5000 motorrijders en 10000 kijkers op hun plaats te krijgen. Om twee uur geven ze dit dan ook op en is de chaos compleet. Maar het is een mooie chaos.
Op zondag naar hetzelfde pension via de Gross Glockner naar Obervellach, waar we weer even bij hotel Alpenhof stoppen om de sfeer van de rally te proeven. We zien veel mensen van het Rotterdam-Chapter. De sfeer is prima en we willen eigenlijk niet naar huis. na een goede lunch, richting berg. Het is stralend weer en nu kunnen we wel van het uitzicht genieten. We rijden naar de gletsjer waar het me opvalt dat het bejaardengehalte erg hoog is. Bij het afdalen is het een sport om Oostenrijkse motoren en auto’s voor te blijven of in te halen.
We slapen weer in hetzelfde pension Die Brucke, gelegen bij een brug. De volgende dag de 1065 kilometer naar huis, dit gaat heel voorspoedig en om 19.00 uur zitten we te eten in Venlo. Op weg naar Schiedam wordt de groep steeds kleiner en als je dan alleen je straat in rijdt mis je de rest. De King heeft zich bewezen en ik wil niet anders meer. Kijk eens bij Erik er staan er nog een paar.

Geef een reactie