
Moslimvluchtelingen in een Christelijk kerk?
Het is natuurlijk een fascinerend schouwspel, de Nederlandse polderreligie in volle actie. Aan de ene kant van de maatschappelijke arena zitten de bezorgde burgers verwoed door duizenden jaren oude teksten te bladeren, om aan te tonen dat de kersverse overburen volgens het boekje eigenlijk een acute bedreiging voor het voortbestaan van het christendom vormen. Aan de andere kant zitten de landelijke kerkbesturen in Den Haag, die tussen twee slokken slappe rooibosthee door besluiten dat de beste reactie op deze clash van beschavingen is, kleinschalige opvang in de bijzaal van de hervormde kerk in Woerdenseverlaat.
Stel je de apocalyptische confrontatie even voor. Daar staat de nieuwkomer, gewapend met zijn orthodoxe dogma’s en heilige boeken waarin harde taal staat over andersdenkenden. Met vele malen moord of zo iets en daar staat broeder Gerrit van de kerkenraad, gewapend met een stapel klapstoelen, een verlengsnoer van de Gamma en een doos gortdroog biscuit.
Als Gerrit de deur opengooit volgt er geen theologisch debat op leven en dood. Welnee. Gerrit hanteert namelijk de ultieme Nederlandse ontwapeningstactiek. De buitengewone vergaderdruk. Mocht de gast een radicaal idee willen opperen, wordt hij direct ingedeeld bij de Lustrumcommissie Interculturele Verbinding. Kortom LIV niet Live want dat is bij die anderen niet zo belangrijk. Na drie avonden discussiëren over wie de potten koffie moet doorspoelen en welke vrijwilliger de sleutel van het invalidentoilet beheert, blijft het genderneutrale toilet een discussie punt voor de meesten. Maar is elke religieuze felle ijver gegarandeerd omgezet in apathische vermoeidheid.
De universele tirannie van de koster. In een Nederlandse dorpskerk gelden vele regels, maar de enige échte dogmatische wet is die van koster. Wie zijn schoenen niet afveegt op de kokosmat of het licht in het portaal laat branden, krijgt te maken met een toorn die de apocalyps doet lijken op een gezellig buurtfeest.
De Haagse realitycheck. Na twee dagen in de kerkzaal ontdekken alle betrokkenen de échte gemene deler. Het gaat niet om theologische geschriften of wie wie mag uitstaan misschien, hoewel? Het gaat om het feit dat Den Haag al vijf jaar belooft dat er snel een woning vrijkomt terwijl de bureaucratie zo langzaam maalt dat iedereen, gelovig, ongelovig, christen of moslim samen zuchtend naar het regenachtige polderlandschap staart. In de nacht slaapt iedereen slecht, LHBTI+, christenen, anderen en ook de koster, denkend wat in de heilige geschriften staat.
Zo ebt de gevreesde clash der beschavingen geruisloos weg in de polderklei. Want hoe scherp de teksten op papier en het debat in de media ook zijn, in de praktijk van het Nederlandse verenigingsleven is er simpelweg geen tijd voor een heilige strijd als er nog een schoonmaakrooster voor de bijkeuken moet worden ingevuld.
Het wordt steeds gekker. Inmiddels zijn de hotels, asielboten, azc’s, kantoren en leegstaande gebouwen niet genoeg meer. Nu de kerken aan de beurt. Straks de schoollokalen, sportkantines, parkeergarages, bruggen en uiteindelijk de logeerkamer van iedere Nederlander. Maar lichtpuntje is; geen leegstand meer.


Geef een reactie