
Het Grote “Mijn Kat Houdt Van Mij” Survival Handboek. Hoe ik leerde accepteren dat ik een gijzelaar ben in mijn eigen huis
Mensen zonder katten denken dat een huisdier hebben een kwestie is van knuffelen, schattige spinnetjes en samen naar de zonsondergang kijken. Kattenbaasjes weten wel beter: een kat hebben is een langdurige beproeving waarin je voortdurend fysiek, mentaal en hygiënisch wordt geterroriseerd, terwijl experts steevast roepen dat het liefde is.
Stap eens een dagje in mijn schoenen.
Mijn dag begint niet met een wekker, maar om 5 uur met brute lichamelijke mishandeling. Dolf, mijn harige tirannetje, vindt dat het tijd is voor ontbijt. Hij beklimt mijn borstkas en begint mij te kneden. Niet zachtjes zoals een masseur, nee: hij verwerkt mijn buik alsof het stug pizzadeeg is dat vóór zeven uur ’s ochtends gerezen moet zijn. Met volle nagels. Als bedankje geeft hij me vervolgens een kopstoot recht op mijn neusbeen, tot ik sterretjes zie. Hij deelt zijn gezichtsferomonen zeggen de boekjes. Hij breekt je kraakbeen, zegt de fysiotherapeut.
Wanneer ik verdwaasd mijn ogen open, maakt Dolf traag oogcontact en knippert langzaam. Een “kattenkusje”. Het voelt meer alsof hij maffia-stijl naar me kijkt en knippert van: Ik weet waar je slaapt, kameraad. Waar is mijn voer?
Struikelend over mijn eigen voeten loop ik naar de huiskamer, en JA HOOR: bingo. Er ligt een cadeautje,een half-gekauwde, deels gedemonteerde veldmuis onder de eettafel. Logisch het is tenslotte de eettafel. Zie het als een compliment roept de wetenschap. Hij brengt het naar een plek waar hij zich veilig voelt! Nou, ik voel me op dit moment absoluut níét veilig. Terwijl ik met een stoffer en blik de restanten van ‘Micky’ sta op te vegen, kijkt Dolf me trots aan. Alsjeblieft mens, omdat je zelf te incompetent bent om te jagen. Eet smakelijk.
Mijn poging om rustig naar de wc te gaan faalt jammerlijk. De deur zit dicht, dus volgt er een gesprek aan de andere kant. Dolf kletst niet, hij murmelt. Zodra ik de deur opendoet, schiet hij naar binnen, volgt hij me op de hielen en op schoot en plant zijn achterste pal voor mijn gezicht met zijn staart als een trillend vraagteken. Blijkbaar is het laten zien van zijn sterrenpoort een teken van ultiem respect
Als ik thuiskom van wat dan ook, Dolf trekt een sprintje naar de voordeur. Ahw, wat schattig! Hij miste me! Ik boog voorover om hem te aaien, maar hij trapt er een klassieke list uit, hij rolt op zijn rug en laat zijn harige buikje zien.
Ooh, hij vertrouwt me en stelt zich kwetsbaar op denkt mijn naïeve menselijke brein. Ik reik met mijn hand naar dat zachte dons… VALSTRIK! Binnen een milliseconde transformeert Tijger in een pluizige berenval. Mijn hand zit geklemd tussen vier poten met uitgeslagen klauwen en hij deelt een paar ‘liefdesbeetjes’ uit die verdacht veel lijken op een poging om mijn slagader door te knagen. Het kietelt zeggen de kattenliefhebbers! Mijn bloedende knokkels zeggen iets heel anders. De baas wil weer geborsteld worden
’s Avonds op de bank keert de rust terug. Tijger springt op schoot, draait drie rondjes, plant zijn harige achterwerk weer pontificaal op de afstandsbediening en begint zichzelf uitgebreid te wassen. Inclusief die hele specifieke ‘poot-in-de-lucht-als-een-cello’-houding. Fijn dat hij zich zo ontspannen en veilig bij me voelt, maar het gesmak op dertig centimeter van mijn gezicht maakt me lichtelijk wanhopig.
Vervolgens rolt hij op mijn schoot in slaap en begint luidruchtig te spinnen. De doordringende motor van liefde. Mijn benen zijn na tien minuten volledig gevoelloos. Mijn zwarte huisbroek is veranderd in een harig vloerkleed. Ik moet al anderhalf uur intensief naar de wc, maar ik durf niet te bewegen. Want als ik opsta, verbreek ik het heilige pact.
Ik zit hier vast. Ik ben overgeleverd aan een tiranniek roofdiertje van vier en halve kilo dat me voorziet van dode knaagdieren, bloedende wonden en een bank vol haren.
Maar hey… hij knipperde traag naar me. Dus we zijn dikke vrienden!
Plaats een reactie