Er vertrekken Belgen.
Het vertrek van de sympathieke Belgische buren markeert traditiegetrouw het einde van een wonderlijk ritueel: elf dagen lang zwoegen in een bloedhete koperen ploert van 38 graden, enkel om exact dezelfde volksverhuizing volgend jaar op te voeren. Zodra de stofwolken van hun uitloop-optocht zijn opgetrokken, keert de rust terug en concentreren we ons weer op ons eigen bescheiden stekkie.
Tot de buren aan de andere kant van de tent ons roepen.
Geen gewone buren, maar twee hartverwarmende Vlamingen die ons vanaf de zijkant van onze tent uitnodigen voor een glaasje. Hun paleis op wielen? Een kolossale, gitzwarte camper die eerder die week slachtoffer werd van een kamikaze-aanval. Een agressieve, moordlustige Zuid-Franse bij besloot onderweg de bestuurder te grazen te nemen, wat resulteerde in een ongeplande ‘modificatie’ over de volledige lengte van de gloednieuwe lak. Schreeuwend zonde van het plaatwerk, maar de sfeer lijdt er niet onder.
Naast deze zwarte gigant staat een party-tent met complete zijwanden, geflankeerd door een torenhoge ‘aankleedtent’. Waarom je op een naturistencamping een verhoogde cabine neerzet om je discreet om te kleden blijft een filosofisch raadsel, maar het spul moet móét mee. In de hoek van het perceel staat immers niet voor niets een imposante aanhangwagen te pronken.
Wat voor zooi sleep je in vredesnaam mee in zo’n aanhanger?
Welnu. In de ‘aankleedtent’ tref je geen kledingstukken aan, maar een complete witgoedshow: twee volwaardige koelkasten, een diepvries én voor de noodsituaties nog een losse koelbox. De partytent herbergt een kookeiland waar een professionele horeca-keuken jaloers op zou zijn: een airfryer, een ijsblokjesmachine, een bakoven en het blijven immers Vlamingen een ronkende friteuse voor de levensnoodzakelijke goudgele friet.
Wat er in de camper zelf ligt opgeslagen blijft, ondanks een uitgebreide rondleiding, een groot mysterie. Wel blaast de loeiende airco een zalige koele wind over onze oververhitte zwetende lichamen. Het tweepersoonsbed blijkt hydraulisch omhoog te kunnen stijgen, waarna er een opslagruimte van zo’n acht kubieke meter tevoorschijn komt. Hard nodig ook, voor de rest van wat echt niet thuis kon blijven.
Op de vraag waar ze precies vandaan komen, antwoorden ze lachend: “Dendermonde!” Waarschijnlijk staat hun bakstenen huis daar momenteel volledig leeg, op een kaal matras na, want werkelijk álles wat ze bezitten staat op dit veldje.
Het zijn heerlijke, gulle mensen om een glas mee te drinken. Tot onze grote vreugde blijken het ook nog eens Harley-Davidsonrijders te zijn en dat smeedt meteen een onbreekbare band. Hun hond spant echter de kroon: dit is zonder twijfel het meest apathische wezen op het zuidelijk halfrond. Het beest doet de hele avond of hij professioneel is opgezet. Je hoort hem niet, hij beweegt nauwelijks en komt hooguit eens in de twee uur overeind voor een ingehouden knuffel, om vervolgens weer te verstijven. Maar dan zet de buurman honderd meter verder zijn helm op. De hond slaat aan rent heen wen weer. Zelfs als het een Harley is die voorbij komt en dat mag natuurlijk helemaal niet. Maar het blijft een topbeest
De ijskoude rosé uit één van de koelkasten tikt er ondertussen ongenadig hard in. Als later in de tijd de witte en de rode wijn op tafel bij het eten in het restaurant zijn genuttigd, strijden we een heroïsche strijd tegen de zwaartekracht. Om klokslag elf uur storten we echt in en intens gelukkig vallen we in slaap.