Het grote lang-haar trauma van de kale man
Er bestaat een natuurverschijnsel waar wetenschappers al jaren onderzoek naar doen: een man met lang haar kan geen ruimte betreden zonder dat er binnen vijf minuten een kale man op hem afkomt. Niet om over het weer te praten. Niet om over voetbal te praten. Nee!
Altijd hetzelfde onderwerp. “Zo, wanneer ga je naar de kapper?” Alsof hij zojuist de eerste persoon op aarde heeft gevonden met haar langer dan drie centimeter. Het mooiste is dat deze opmerking vrijwel altijd komt van iemand die al twintig jaar geen shampoo meer heeft gekocht. Een man die zijn hoofd poetst met dezelfde doek waarmee hij de auto wast, voelt ineens de dringende behoefte om haaradvies te geven.
En dan begint het. “Vroeger had ik ook lang haar. Ja natuurlijk, Sommige kale mannen kijken zelfs naar lang haar alsof het een persoonlijke belediging is. “Dat lijkt me warm.” Ja, en een kaal hoofd lijkt me koud in november, maar ik begin er toch ook niet spontaan over? Dan volgt meestal de klassieker: Je moet ervan genieten zolang het nog kan. Maar de absolute kampioen blijft de kale man die met een glimlach op zijn glimmende schedel tikt en zegt scheelt een hoop onderhoud.
Dat klopt. Een verlaten parkeerterrein vraagt ook weinig onderhoud. Dat maakt het nog niet aantrekkelijker. Toch moet gezegd worden dat er een soort bewondering achter zit. Want zodra een man met lang haar wegloopt, zie je ze kijken. Heel even. Met een blik die zegt verdomme… dat had ik ook ooit.
En daar zit de echte pijn want achter elke opmerking van een kale man schuilt een fotoalbum uit 1987, waarin een trotse eigenaar van een wilde rockerscoupe staat te poseren alsof hij de zesde broer van de Bee Gees was. Dus als een kale man weer zegt wanneer ga je naar de kapper? Antwoord dan vriendelijk, Geen idee. Wanneer ga jij naar de haargroeispecialist? En geniet vervolgens van de stilte die volgt. Dat moment duurt meestal net zo lang als zijn laatste haar.