Met 80 kilometer per uur richting de ondergang met elektrische kwelling.
Daar staan je dan. Een gloednieuwe, blinkende Elektrische Auto. Hét toppunt van ecologisch verantwoorde vooruitgang met daarachter een aerodynamisch monstrum van een caravan geknoopt. Op weg naar Zuid-Frankrijk. Met een gestroomlijnde actieradius van normaal 450 kilometer rolt dit technologische wonder uit de showroom. Totdat er zestienhonderd kilo kopschot achter hangt. Plots verandert de futuristische reiswagen in een stroom verslindende baksteen op wielen. Als ook de Franse Mistral een beetje tegen blaast, implodeert de actieradius naar een angstaanjagende 110 kilometer.
De eerste inzinking dient zich al aan voorbij Maastricht. De batterij-indicator springt van rustgevend groen naar een bloeddoorlopen knipperend oranje en het koude zweet komt zo erg op dat geen enkele stoelverwarming dat kan compenseren. De airco moet uit. De radio moet uit. Zelfs het sfeerlichtje in het handschoenenkastje voelt als een onnodige luxe die het einde kan betekenen. Met een slakkengang van 78 kilometer per uur hupst de ultramoderne combinatie achter een roestige Belgische vrachtwagen met slachtafval aan, terwijl de hartslag synchroon oploopt met het aftellende batterijpercentage: 8%… 7%… 6%…
En dan draait alles de ‘Laad-Oase van de Toekomst’ op. De Franse laadpaal-architecten hebben hun infrastructurele meesterwerken duidelijk ontworpen op het formaat van een Citroen C3’tje. Elke laadplek is met chirurgische precisie exact vier meter lang. De combinatie meet een subtiele twaalf meter. Dat betekent dat er exact twee opties zijn die beide leiden tot een sociaal trauma.
Optie A: De caravan loskoppelen. Midden op een snikheet, schaduwloos parkeerdek vol opgefokte vakantiegangers. In de blote bast, zweet druipend in de neusgaten die stalen kolos handmatig op de dissel zwengelen.
Optie B: De combinatie als een asociale, ecologische wegmisbruiker dwars over zes laadvakken tegelijk parkeren. Binnen drie minuten sta je oog in oog met een woedende horde Duitsers in hun Porsche Taycans die in het oververhitte Duits schreeuwen dat hun Energiewende wordt gesaboteerd.
Vanaf de bijrijdersstoel klinkt ondertussen het meest opbeurende geluid van de trip. De echtgenote bladert onverstoorbaar door haar Libelle op de IPad en kijkt niet eens op en zegt. Vroeger, met de dieseltank van de Passat, reden we in één ruk door naar Orange, terwijl ze een denkbeeldig stofje van het scherm veegt. Toen stopten we één keer voor een kleffe bal gehakt en waren we er binnen elf uur. Nu zitten we voor de vierde keer in drie uur tijd naar een knipperend groen lampje te staren op een winderige Franse asfaltvlakte tussen een vuilniscontainer en een gesloten betonfabriek.”
Vanaf de achterbank klinkt ook nog bijval van de pubers. Zwaar getraumatiseerd door het feit dat het laadstation ‘slechts 3G’ heeft en hun TikTok-streams steeds pauzeren, vallen ze hun moeder bij. Ja, vroeger duurde de reis echt véél korter! Toen was het tenminste niet elke zeventig kilometer verplicht picknicken op een smeltende asfaltvlakte zonder wc. Dat ‘vroeger’ verwijst naar de tijd dat ze drie jaar jonger waren en bewusteloos op hun iPad vertrouwden, maar in hun beleving is dit een illegale strafkamp-ervaring.
Om de feestvreugde compleet te maken, weigert de laadpaal mijn eerste drie laadpassen. ‘Kaart niet herkent’ of zoals het op de asfaltvlakte uit de speaker komt ‘Carte non reconnue’, gevoelloos apparaat. Sta je daar, in de brandende zon, bellend met een Franse helpdesk terwijl de laadkabel vastzit in een elektronische dodenklem en de buitentemperatuurmeter 38 graden aangeeft.
Het opladen duurt gedwongen vierenveertig minuten. Drie echtelijke ruzies uit te vechten over het nieuwe rijden, kinderen in totaal vier keer ijsjes te laten halen van vier euro per stuk en uit te rekenen dat we met dit tempo failliet gaan aan ijs en ergens rond de kerstvakantie in de Provence aankomen.
Terug huren we een auto maar wel een diesel.