De Eeuwige strijd van de Blootloper
Naturisten zijn bijzondere mensen. Ze hebben een afkeer van kleding. Niet omdat kleding oncomfortabel is, maar omdat een T-shirt volgens hen ongeveer even noodzakelijk is als sneeuwkettingen op een roeiboot. Toch blijkt het leven van de naturist één grote aaneenschakeling van ergernissen.
Allereerst zijn er de bomen. Op het eerste gezicht lijken bomen prachtige stukjes natuur. Maar voor de fanatieke naturist zijn het eigenlijk enorme groene parasols die precies doen wat ze niet moeten doen: de zon tegenhouden. Wat een prachtige plek,” zegt een wandelaar. Verschrikkelijk bromt de naturist kijk al die schaduw eens hoe moet mijn linkerknie ooit bruin worden? Maar zodra de bomen zijn verdwenen en de zon vrij spel heeft, ontstaat er een nieuw probleem.
De zon want die blijkt ineens gevaarlijk te zijn. Jarenlang is er gestreden voor maximale blootstelling aan zonlicht. Vervolgens wordt de halve dag besteed aan het insmeren van lichaamsdelen waarvan de gemiddelde textielmens niet eens wist dat ze konden verbranden. Wat een heerlijke zon. Ja, maar ook levensgevaarlijk. De naturist leeft daardoor in een ingewikkelde relatie met onze dichtstbijzijnde ster. Hij wil haar zien, voelen en bewonderen, maar vertrouwt haar voor geen meter.
En dan zijn er de mannen. Vooral de mannen die bij een temperatuur van twaalf graden besluiten dat hun rug bescherming nodig heeft. Daarom lopen ze rond met alleen een T-shirt. Van achteren lijkt het alsof iemand vergeten is zijn broek aan te trekken. Van voren lijkt het alsof iemand vergeten is vrijwel alles aan te trekken.
In de volksmond een “T-shirt only Man” of “Een Ducky” naar Donald Duck die al heel lang beroemd is door er zo bij te lopen. Het is een verschijnsel dat je nergens anders tegenkomt. Een man met wandelschoenen, sokken, een petje en een T-shirt, terwijl de rest van zijn lichaam een principieel conflict heeft gewonnen tegen de textielindustrie. Het resultaat oogt alsof zijn kledingkast tijdens het aankleden abrupt failliet is gegaan.
Zodra hij zich omdraait om te vragen of je de naakte waarheid over de bomenkap wilt horen, slaat de visuele verwarring toe. Aan de voorkant hangt de hele anatomie er namelijk nog vrolijk en onbeschut bij, wapperend in de wind onder de zoom van een oversized of misschien helaas te kort herenshirt. Het is het ultieme ‘zakelijke bovenkant, feestelijke onderkant principe.
Ook op een naturistencamping heerst een bijzondere logica. Mensen die kleding onnodig vinden, bezitten vaak een complete uitrusting ter waarde van een kleine tweedehandsauto, windschermen, zonnedoeken, koelboxen, ligbedden, strandstoelen, parasols, zonnebrandcrème factor 50, zonnebrandcrème voor gevoelige huid, zonnebrandcrème voor zeer gevoelige huid en een speciale handdoek waarop men moet zitten. Want bloot mag alles zijn. Maar hygiëne kent grenzen.
Uiteindelijk zijn naturisten vooral mensen die geloven dat de mens dichter bij de natuur moet leven. Behalve wanneer de natuur te koud is of te warm, of te zonnig, of te schaduwrijk, of muggen bevat of brandnetels of een houten bankje zonder handdoek. Maar één ding moet je ze nageven: ze zijn waarschijnlijk de enige mensen op aarde die een kwartier kunnen discussiëren over de ideale zoninstraling op hun achterwerk, terwijl ze klagen dat de zon veel te gevaarlijk is.
Ook bij een naturist is niets menselijks vreemd. Dat is een talent op zich. Het is een fantastische levensstijl.