Survival in de Franse Bakoven: De Hittegolf op Camping Naturiste La Genésse
Twee uur ’s middags op een naturistencamping ergens diep in het Franse binnenland. De thermometer aan de receptie geeft achtendertig graden aan, maar het voelt alsof de zon persoonlijk op een halve meter afstand van je blote rug staat te branden. Gevoelstemperatuur 65 graden.
Als je dénkt aan bewegen zweet je. Als je beweegt spuit het zweet uit al je poriën. De enige verstandige reactie is een totale fysieke overgave aan de zwaartekracht. Alle vliegende en wandelende insecten zoeken je op om het zout van je lijf te eten.
Het kampeerveld biedt een surrealistisch aanzicht. Een verzameling poedelnaakte mensen ligt en zit zo roerloos in hun uitklapbare strandstoelen dat een voorbijganger zou denken dat het een expositie van hyperrealistische standbeelden is, getiteld “Het Verloop van de Mensheid”. Iedereen heeft de stoel zo gedraaid dat het minuscule streepje schaduw van een kwijnende eik precies de kwetsbaarste delen bedekt.
De natuur om ons heen heeft de pijp aan maarten gegeven: De vogels bijvoorbeeld. Boven in de eik hangt een merel niet eens meer te fluiten; hij hangt ondersteboven aan een tak met zijn snavel wijd open, bewusteloos van de hitte. Een boomkruiper is gestopt met kruipen maar ook fluiten. Zelfs de krekels, normaal niet stil te krijgen, zijn halverwege hun symfonie in een hitteshock geraakt.
Flora in nood: Het gras onder de blote voeten knispert niet meer bij elke stap het pulveriseert ter plekke tot geel stof. De eens zo fleurige Oleanderstruiken zien eruit als verdroogde theeblaadjes die persoonlijk door een verfbrander onder handen zijn genomen.
De rivier: Wie oppert om even lekker af te koelen in de rivier wordt meewarig aangekeken. Het water stroomt voort met de temperatuur en viscositeit van een kom vergeten kippensoep. Erin stappen biedt net zoveel verfrissing als een broeikas van een tuincentrum. Zelfs de vissen proberen in je schaduw mee te zwemmen.
Er is in deze tropische apocalyps maar één baken van hoop, één heiligdom dat het kamperen beschermt tegen de totale ondergang: de elektrisch aangedreven koelbox.
Wanneer het deksel van die koelbox met een zacht, vacuüm geluid opengaat, gaat er een schokgolf door de camping. Ogen die al drie uur halfgesloten op oneindig stonden, draaien synchroon richting de geluidsbron. Daar staat hij: een blikje bier, beslagen met een dikke laag glinsterende ijskoude condensdruppels.
Wat moet je doen in een extreme noodsituatie als deze? Het eversimpele survivalschema van minimale verplaatsing. De afstand tussen je stoel en de koelbox mag logistiek gezien nooit meer dan één armlengte bedragen. Moet je toch opstaan? Doe dat met de snelheid van een luiaard op kalmeringsmiddelen. Snelle bewegingen genereren lichaamswarmte en dat is momenteel de vijand.
De therapeutische koeling. Een ijskoud blikje bier openmaken en meteen achterover drukken is een beginnersfout. Nee, het blikje is allereerst een medisch instrument. Druk de ijskoude onderkant eerst tegen je slapen, rol het langzaam door je nek en met de nodige voorzichtigheid op een blootterrein klem het heel even tussen de binnenkant van je bovenbenen. Het effect is vergelijkbaar met een directe injectie van pure levensvreugde.
De gecontroleerde inname: Zodra het lipje met een verlossende klik open gaat, drink je met beleid. De eerste slok moet zo langzaam vloeien dat je de vloeistof bijna hoort sissen zodra het je oververhitte slokdarm raakt. De hernieuwde berusting: Na drie slokken zak je nog vier centimeter dieper in de kussens van je klapstoel.
De kleren plakken niet want die zijn er niet. Het bier is ijskoud, en de wereld buiten de schaduw van de eik mag smelten wat hij wil. Laat die Franse zon maar branden; zolang de stroom van de koelbox niet uitvalt, overleven we dit wel.