De strijd met eenden

Naturisten en hun soms heroïsche strijd tegen de natuur

Je reserveert een prachtig plekje aan de vijver voor de caravan. Dat klinkt idyllisch, maar eerst moet dat gevaarte nog exact op het toegewezen stukje aarde worden gemanoeuvreerd. Na twintig keer steken, drie bijna-aanrijdingen met een boom en een waterkraan die op wonderbaarlijke wijze wordt gemist, staat hij eindelijk. Elektrisch weliswaar, maar een overwinning is een overwinning.

Dan begint fase twee: de luifel. Volgens de handleiding een klusje van twintig minuten. Volgens de werkelijkheid een project dat ergens tussen een verbouwing en een maanlanding in zit. Een uur later staat hij eindelijk overeind en wappert hij vrolijk in de wind alsof hij zelf het werk heeft gedaan.

En dan gebeurt het. De eenden. Blijkbaar hebben zij nog warme herinneringen aan de broodkruimels van vorige kampeerders. Als een goed georganiseerde commando-eenheid marcheren ze de voortent binnen. Daar besluiten ze eerst wat te snacken en vervolgens wat ruimte in hun darmpjes te creëren. Het grondzeil verandert in een abstract kunstwerk in vijftig tinten groen en bruin.

En dan breekt de paniek uit onder de naturisten. “Een eend?!” Alsof er zojuist een tijger door de camping loopt. “Hoe komt die hier?”  Een uitstekende vraag. Misschien via de vijver. Die ligt tenslotte op ongeveer drie meter afstand. Er wordt crisisoverleg gehouden. Mogelijk moet er worden verhuisd naar een veiliger plek. Een plek zonder eenden. Misschien verder van het water. Natuurlijk schuilt daar weer een ander gevaar: egels, vossen. Of, huiver – vogels.

De discussie wordt steeds grimmiger. Want waar eenden zijn, zijn veren. En waar veren zijn, zijn vogelpoepscenario’s. Niemand is nog veilig. Het blijft een fascinerend verschijnsel. Mensen die vrijwillig zonder kleren door de natuur wandelen, slapen, eten en recreëren, maar volledig ontregelen zodra de natuur besluit ook even mee te doen. Naakt tussen de elementen? Geen probleem.

Een eend in de voortent? Een kolossale ramp.