Boeren en natuur

De huidige afbeelding heeft geen alternatieve tekst. De bestandsnaam is: gemini_generated_image_dna7ipdna7ipdna7.jpg

Nou, zet je veiligheidshelm maar vast op en trek je rubberen laarzen aan, want we gaan het polderlandschap verkennen. Een landschap dat met de dag fascinerender wordt, vooral als je kijkt naar wie er volgens de nieuwste tekentafelstrategieën voor de plantjes en de diertjes moet gaan zorgen.

Op dit moment zijn het – schokkend genoeg – de boeren die een gigantisch deel van ons platteland en het Nederlandse cultuurlandschap onderhouden. Ze maaien de sloten, beheren de weilanden, knotten de wilgen en zorgen dat het polderpeil niet verandert in een zwembad voor muggen. Maar onze visierijke bestuurders hebben een lumineus plan bedacht: we dringen de boeren gewoon flink terug! Want minder boeren betekent automatisch méér “echte” natuur, toch?

Dat roept natuurlijk de niet onbelangrijke vervolgvraag op: wie gaat die natuur straks eigenlijk bijhouden?

Gaat de gemiddelde beleidsambtenaar met een heggenschaar op de achterbank van de leasewagen het veld in? Krijgen we brigades van gepensioneerde interim-managers die in de polder op teambuilding gaan om bramenstruiken te snoeien? Het idee dat de overheid de zorg voor het landschap vlekkeloos overneemt, is namelijk ronduit hartverwarmend. Zeker als we kijken naar het trackrecord van diezelfde overheid op het gebied van… tja, letterlijk álle andere infrastructuur.

Laten we even de feiten erbij pakken over het onderhoud door onze bekwame overheid:

  • De staat van onze wegen en bruggen: De Nederlandse infrastructuur staat op omvallen. Tientallen bruggen en viaducten zijn in allerijl afgesloten voor zwaar verkeer of worden uit voorzorg maar helemaal niet meer gerepareerd vanwege “achterstallig onderhoud”.
  • Het stroomnet: Vol! Een nieuw bedrijf aansluiten? Midden in de energietransitie moet je helaas een jaar of tien op een wachtlijst staan.
  • Het spoor: Wisselstoringen bij de eerste de beste sneeuwvlok, uitgevallen treinen en miljardenprojecten die maandelijks duurder worden.

Dat is de staat van de dode dingen die we onderhouden. Beton, asfalt en koperdraad. Dat is spul dat stil blijft liggen als je er even niet naar kijkt. En nú gaan exact dezelfde bestuurlijke instanties zich ontfermen over levende natuur. Natuur die groeit, woekert, verdroogt, onderloopt en luizen krijgt.

Je ziet het al helemaal voor je. Een sloot die dichtgroeit met kroos vereist straks eerst een omgevingsvisie, een impactanalyse, een stikstofberekening en drie participatieavonden voor de buurt. Tegen de tijd dat het maai-besluit definitief is goedgekeurd door de Raad van State, is de sloot veranderd in een oerwoud en zijn de zeldzame kikkers waar het om ging al geëmigreerd naar Duitsland.

Als de overheid de natuur op dezelfde daadkrachtige wijze gaat onderhouden als de Merwedebrug of het spoor netwerk, kunnen we ons borstje natmaken. Dan hebben we over vijf jaar geen stikstofprobleem meer, maar simpelweg omdat het hele platteland één grote, ondoordringbare jungle van brandnetels en berenklauwen is geworden waar niemand meer in of uit komt. Maar hé: het is wél door de overheid beheerde natuur!